
Gegevens herkomst |
Oude Zwitserse waakhond. Voorouders afstammend van de Romeinse Molosser en kruisingen met plaatselijke herdershonden. Later zijn ingekruist de Mastiff, de Newfoundlander en de Pyreneese Berghond. | |
Algemeen voorkomen |
Groot, harmonisch, krachtig, vast en gespierd lichaam, imposant hoofd en opmerkzame gezichtsuitdrukking. | |
Schofthoogte |
reuen 70 - 90 cm, teven 65 - 80 cm | |
Gewicht |
reuen circa 80 kg, teven circa 65 kg | |
Vacht |
Kortharig: glad aanliggend, hard, zonder ruw aan te voelen. Langharig: haar van gemiddelde lengte, glad tot licht golvend. Wit en rood of rood en wit; witte aftekeningen. Witte kraag gewenst. | |
Gebruik |
Vroeger reddingshond, nu trouwe gezinshond. | |
Gezondheid |
Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heup- en elleboogdysplasie. | |
Aard |
Vriendelijk, rustig temperament tot levenslustig, waakzaam. | |
Bijzonderheden |
De vacht vereist regelmatige kam- en borstelbeurten. |